"De Nijvere Hand Het nieuwe aandeel van Stadsherstel
Leeuwarden. Voorjaarslezing: Nieuwe flats bij de Eebrug Pinakel Archief: juli
2002 |
Nieuwsblad
van Stadsherstel Leeuwarden - voorjaar 2007 -
SAMENWERKEN MET PROFESSIONALS
Noem het een soort liefdesverklaring aan de stad op een ongewone en onverwachte plaats: ‘we zullen nimmer iets doen wat de belangen van Leeuwarden kan schaden’. Deze woorden zijn gepenseeld op een tegeltje in de werkkamer van Sije Holwerda. Ei,ei, dat zal de oprechte Liwwadder goed doen.,,Ik meen wat er op staat..’’, zegt de directeur Vastgoed & Ontwikkeling van Nieuw Wonen Friesland, woningbouwer en ontwikkelaar waarmee STADSHERSTEL nu al enige tijd ‘ yn ‘ e mande’ ligt. De samenwerking was van de kant van de NV langzamerhand nodig aangezien de werkzaamheden te omvangrijk en de financiële belangen te groot werden. Het streven om de productie van de NV op te voeren naar liefst zo’ n tien panden per jaar kon met een handjevol, weliswaar goedwillende en nijvere vrijwilligers niet worden bereikt, dat is fysiek onmogelijk. Er gaat intussen veel geld om bij STADSHERSTEL en er is veel van dat goedje nodig om de doelstellingen te bereiken. Als er meer geld is kan STADSHERSTEL zijn wieken uitslaan en dat is nodig ook: er moet gewoon hard worden gewerkt en veel geïnvesteerd om de Leeuwarder binnenstad ‘bij de tijd’ te houden. ‘Echte Liwadder’ Zo te horen kan de NV geen betere partner wensen dan Nieuw Wonen Friesland. Dit is de ‘PLUS’-partner, die al op enkele bouwborden is verschenen, zoals bij De Blauwe Stoep. NWF heeft intussen twee medewerkers gevraagd zich met de STADSHERSTEL - zaken te bemoeien. Een van hen vertrekt helaas al weer, spitich, zegt directeur Gabe Yntema. Maar hij is ervan overtuigd dat de vervanger/ster al even overtuigend te werk zal gaan als de voorgangster. ,,Je moet echt van het stadshart houden wil je er goed werk doen’’, zegt Yntema en hij heeft Sije Holwerda helemaal achter zich.
Vechten voor positie De Friese hoofdstad heeft altijd extra moeten vechten om zijn positie te behouden. Toen in de jaren zeventig van de vorige eeuw op de tekenborden de lijn van de autosnelweg door Fryslân naar noordoost - Nederland niet vanaf de Afsluitdijk in noordelijke richting afboog via Harlingen en Leeuwarden naar Goningen, had het stadsbestuur de noodklok moeten luiden. Maar klagen hielp niet (meer) omdat het rijk de ‘maaswijdte’ van het snelwegennet had veranderd: de A7 liep zuidelijk van de mid - Friese meren langs. Leeuwarden kwam in de verkeersluwte te liggen. ,,Dat was heel jammer’’, zegt Holwerda, die bereid is voor de positie van de stad te vechten. Sije Holwerda is daartoe in staat met behulp van NWF, dat de plaatselijke woningmarkt mede kan bespelen: bouw woningen voor de repatrianten, oud-Leeuwarders/Friezen die terug willen komen naar hun bakermat en die gebruik willen maken van de voordelen van de stedelijke voorzieningen: cultuur, bibliotheken, sport, medische voorzieningen en, als het jongere gezinnen betreft, een groot scala aan (hoger) onderwijs. ,,In de nieuwe wijk Eeburg signaleren we al de terugkeer van oud-Leeuwarders en Friezen. Als je maar genoeg bouwt, en kijkt naar wat de mensen willen…’’. Medeverantwoordelijk
Incasseren Holwerda,, Je moet, vooral als je in een dichtgebouwd gebied als de binnenstad werkt zoals wij en zoals STADSHERSTEL, rekening houden met tegenslagen, van welke aard ook. Je moet vergunningen hebben, je moet aan allerlei voorwaarden voldoen, je moet tientallen regels in acht nemen. Kost tijd, veel tijd - en het doet een beroep op je incasseringsvermogen’’. STADSHERSTEL - directeur Yntema weet daar alles van. Het grote Minnemastraat -project Lyndenstein hing een jaar of zes, vanaf 2001 toen het ‘Boonstra - pand’ werd aangekocht, om de nek van de NV. ,,Maar dat was het waard’’, zeggen de STADSHERSTEL-ders vandaag de dag, nu het resultaat van alle inspanningen zichtbaar wordt – en de meeste panden zijn verkocht. Sije Holwerda m o e t toch ook even praten over grote projecten van NWF buiten het centrum, dat hij ’in het donker nog mooier vindt dan overdag’. Inderdaad, want met de spiegelende grachten, de gevelverlichting en de blauwe lichtglans onder de pijpen heeft het stadshart iets mysterieus. Vliet in opbouw Holwerda noemt in de buitenwijk, los van Eeburg, de plannen met Cambuur ‘ waarbij niet alleen dat gebied zal worden betrokken maar ook de omgeving’. Bovendien: de nieuwbouw op de kop van het Zuidvliet tegenover de Centrale. Ooit e e n van de rafelranden van de stad wordt het Vliet nu dankzij enkele grote woningbouwplannen een volwaardig deel van de stad. De NWF - directeur ziet dat graag, deze stedelijke verbeteringen: het wegnemen van rotte plekken: als ontwikkelaar, maar vooral als liwwadofiel. De Leeuwarder pogingen om met de buurgemeenten op goede voet te geraken hebben tot nu toe nog niet geleid tot echte vrijages, althans niet zichtbaar voor de belangstellende buitenwacht. ,,Toch heeft de omgeving, heeft heel Fryslân, baat bij een bloeiende en groeiende hoofdstad, die wil samenwerken met de omgeving’’, zegt Sije Holwerda. 'Notabele' woning vaak sieraad van het dorp
Het zijn grote huizen, op opvallende plaatsen in, hoofdzakelijk, de Friese dorpen - vooral Mantgum, waar het dorpsbeeld zelfs grotendeels wordt bepaald door deze klassisistische woningen. Hoeveel staan er wel binnen de Friese grenzen? We vragen het aan voorzitter Menno Pothof van de Vereniging Klassisistisch Wonen in Friesland en hij doet een ruwe schatting: ‘tussen de 650 en 1000’. Er is blijkbaar nooit een echte inventarisatie gemaakt van deze notabele woonhuizen, waarzonder ons gewest een aanzienlijk’ schraler’ woonbeeld zou geven. Maar ze zijn er gelukkig nog wel, berichten over afbraak zijn er al evenmin en we kunnen dus blijmoedig spreken over dit huistype dat ruim anderhalve eeuw geleden voor het eerst op Friese bodem verscheen. Wie waren de bouwers, was er een architect die hiermee een gouden bron aanboorde?
Menno Pothof (57), aan de TH Delft afgestudeerd op architectuur en restauratie, woont zelf in zo’n magnifiek huis in Warga, tussen twee kerkgebouwen in, hoewel ze geen van beide meer als zodanig worden gebruikt. De koepel De achterkant van ‘ de pastorie’ , zoals de Wergeasters zeggen, biedt uitkijk op de koepel van de voormalige doopsgezinde kerk, de Vermaning. Dan gaan er lichtjes branden bij de Pinakel-lezers : heeft STADSHERSTEL daar niet de hand in gehad, in de restauratie van dat gebouw? Zeker, en de herinneringen aan dit project bij de STADSHERSTEL- leiding zijn niet onverdeeld gunstig aangezien de gemeente Boarnsterhim deze mensen van goede wil feitelijk lang aan een touwtje hield. Waarna ze de NV lieten vallen. Een belangrijk gemeentelijk subsidie, dat lang in de lucht hing, werd toch maar niet verstrekt. Toen hield ook de provincie de hand ‘op ‘'e ponge’. Kostte de NV tienduizenden euro’s. Maar de teleurstelling in de houding van Boarnsterhim werd manmoedig verbeten en de koepel kwam alsnog op de kerk. ‘Appartementen’ De eigenaar van de doehetzelf - zaak, die de Vermaning daartoe gebruikte, vroeg Pothof om raad wat hij met het gebouw zou kunnen gaan doen. Beter adres kon hij zich niet wensen, want zijn dorpsgenoot is monumentenarchitect bij Hûs en Hiem in Leeuwarden. Menno: ‘dat is niet altijd een voordeel, hoor, als je zo dicht bij ’ t vuur zit…’. Pothof deed de aanbeveling architect Broor Adema in de arm te nemen en zo werd STADSHERSTEL bij de restauratie betrokken.Bij een verbouwing van een monumentaal pand in Wartena stuitte Pothof op het wegens bouwvalligheid verwijderde koepeltje van de Vermaning en Adema werd ingeseind.
Hij heeft met zijn Anneke op diverse plaatsen in Gelderland gewoond, als laatste in Wadenoyen bij Tiel, in een oude boerderij die ze zelf hebben gerestaureerd. Door afbouw van een Gelders project zocht Menno een ander werkterrein en dat werd verrassend genoeg, vond hij zelf, Leeuwarden, Friesland. ,,Er is hier dan ook genoeg te doen op mijn terrein’’. De speurtocht naar de gewenste woonruimte stopte in Warga aan de Grote Buren: een majestueus huis, nog zichtbaar vanaf de doorgaande weg Leeuwarden - Wartena, en met uitzicht op de brug in de Wargastervaart. Het huis vraagt veel onderhoud, veel energie van de bewoners. ,,Ik heb er een woord voor bedacht, voor de eisen die aan de bewoners van dit type huis worden gesteld: woonkracht, vertelt Menno Pothof. Hoge plafonds Het is duidelijk wat hij bedoelt. Wie zo’ n groot huis bewoont is nooit klaar. Denk niet alleen aan het aantal ramen dat van tijd tot tijd moet gelapt, maar vooral aan onderhoud van de tuin, rondom het hele huis. Waar vroeger de dominee makkelijk de plaatselijke loodgieter of timmerman kon laten komen (‘even de kerkenraad op de hoogte brengen’) daar probeert de bewoner van vandaag de dag zelf reparaties uit te voeren. Menno:,,De goegemeente mag dan wel denken dat mensen die dit type huis bewonen goed bij kas zitten, wij moeten uitkijken wat we met ons geld doen…’’. Menno en Anneke Pothof verstoken ’s jaars zo’n 7000m3 gas. De plafonds zijn vier meter hoog, reken maar uit hoeveel warmte er in een vertrek nodig is. ,,In verscheidene van deze soort huizen hebben ze de plafonds verlaagd om de stookkosten te reduceren, maar dat zie ik me hier niet doen’’. Als restauratie - deskundige probeert Menno zoveel mogelijk ‘kromme’ zaken weer recht te maken, en maatregelen die de authenticiteit van het pand aantasten vermijdt hij. Voorspoed? Zijn er bouwtekeningen van het huis? Nee, dat niet. De dorpstimmerman van anderhalve eeuw geleden raadpleegde meestal stijlboeken die toen in omloop waren. Ze werden gewaardeerd vanwege de bouworde die daarin door de kenners werd omschreven. De huizen van toen zijn lang niet alle even groot. Dat hing bij de bouw van de pastorieën af van de kasinhoud van de plaatselijke hervormde gemeente. Het huis van Menno en Anneke Pothof is aan de kloeke kant. Het is gebouwd door Abraham Keimpes Hoekstra, die rond 1880 timmerman in Warga was. Hij kreeg opdracht van de kerkenraad om een reeds bestaande pastorie die in 1843 was gebouwd grondig te verbeteren. Ter weerszijden van een centrale gang bouwde Hoekstra dat huis op, tot de omvang zoals die nu nog steeds zichtbaar is.. Er was toen toch wel geld in het dorp blijkens het fraaie Van Dam - orgel in de kerk tegenover de pastorie. De geldschieters waren dan ook de grote boeren rond het dorp. De kerk wordt nu voor veel doeleinde gebruikt, dorpsbewoners met twee rechterhanden zijn er aan het repareren en bouwen. De Wargaster Minne Hoekstra, was dominee in Wier en Scherpenzeel en hij was ook de grootvader van Menno Pothof van moederszijde. Vandaar dat de monumentarchitect erop was gebrand om dit fraaie pand te bezitten. De Pothofs zijn altijd bezig om het huis in goede staat te bewaren: het door Menno bedachte woord '‘woonkracht'’ is hier volop van toepassing. Het is een huis om in rond te dwalen, plotseling verschijnt er voor het oog van de argeloze bezoeker een oude Austin - automobiel van rond 1930. Fraai effect! Het baarhuisje in de voortuin hebben Menno en Anneke zelf gerestaureerd. Maar er is nog meer ‘kracht’ over, en wel een eindje verderop in de Grote Buren. Daar wordt een eeuw oude bakkerij gerestaureerd door Menno, soms geholpen door (andere) professionals. ,,Eigenlijk doe ik ‘ 't liefst alles zelf’...." Herinneringen In de brede gang van de pastorie liggen op een tafeltje herinneringen aan oude tijden, in boekvorm en voorwerpen. Er is ook een Elfsteden - kruisje bij en een boekje over ‘de historische Elfstedentocht van 2 januari 1909’. Hoe zit dat? ,,Minne Hoekstra, mijn grootvader de dominee kon uitstekend schaatsenrijden, hij sportte veel, deed ook aan wielrennen, een wat vrijgevochten man, denk ik. Hij scheidde van zijn vrouw, wat eigenlijk niet k o n in die dagen. Hij won de Elfstedentocht van 1909, en dat feit maakt deze Minne onsterfelijk’’, vertelt zijn kleinzoon Menno. Daar zit dan ook de naam Minne in. Minne reed op schaatsen van de Wargaster fabrikant A.K.Hoekstra en Co, schaatsfabrikanten en hofleverancier van H.M.de Koningin - in die tijd Wilhelmina. Het Timpaan De vereniging van eigenaren van notabele woningen geeft een kwartaalboekje uit, Timpaan, waarin leden hun ervaringen vertellen over hun huizen en hun ‘woonkracht’. Monique Hendriksen schrijft in het laatste nummer over het schitterende pand Westersingel 32 en 34 in Sneek, waar de advocaten Okma hebben gewoond en ook de jurist Pieter Sjoerds Gerbrandy, minister-president in ballingschap in Londen, in de Tweede Wereldoorlog. Met Monique’s ervaringen - zij woont er nu - doen de andere leden/lezers en lezeressen weer nieuwe ideeën op, een vruchtbare uitwisseling van gegevens - nodig ook omdat de eigenaar van een notabele woning vindingrijk moet zijn. De onroerend zaak belasting OZB is immers al hoog genoeg!.. De overeenkomst van de VKF met STADSHERSTEL is groot: verbeteren en in stand houden van waardevolle panden, maar er zijn ook duidelijke verschillen: STADSHERSTEL verkoopt deze panden weer!
|
Op donderdag 22 maart om 20.00 uur zijn de aandeelhouders van de NV STADSHERSTEL en overige belangstellenden welkom bij de traditionele voorjaarslezing in De Kosterij. De lezing wordt gehouden door Peter Karstkarel over 'Gasthuizen in Friesland', mede naar aanleiding van de voltooide restauratie van de panden Monnikemuurstraat/Bij de Put, het vroegere Marcelis Govers gasthuis, door STADSHERSTEL. Karstkarel en Leo van der Laan, monumentenambtenaar van de gemeente Leeuwarden en stafmedewerker van NV STADSHERSTEL, hebben samen een boek geschreven over Friese gasthuizen en hofjes, dat binnenkort zal verschijnen. |
|
|